Datasoevereiniteit
Bouw aan een vrije data-toekomst waarin jij bepaalt wie er bij je informatie kan
Bouw aan een vrije data-toekomst waarin jij bepaalt wie er bij je informatie kan

Bij T&T vergelijken we data graag met water: een vitale grondstof die de basis vormt van je hele organisatie. Net zoals je wilt weten waar je drinkwater vandaan komt en of de leidingen betrouwbaar zijn, is het cruciaal om te weten waar je data stroomt, wie er bij de kraan kan en wie eigenaar is van de infrastructuur.
Dat fundamentele eigenaarschap staat onder druk. In de zoektocht naar snelle, schaalbare IT is autonomie vaak onbewust ingeruild voor kortstondig gemak. Veel Nederlandse organisaties hebben hun 'digitale ruggengraat' nagenoeg volledig in handen gelegd van een handvol buitenlandse tech-giganten. Daarmee worden zij meegevoerd in een koers waar we in Nederland zelf geen invloed op hebben.
Voor ons is datasoevereiniteit geen abstract IT-begrip of een juridisch 'moetje', maar een strategische noodzaak. Het gaat om de fundamentele vraag: hoe vrij ben je als je data opgeslagen staat in een cloud waar andere overheden via een juridische achterdeur zomaar een kijkje zouden kunnen nemen?
Wij geloven dat we op een kruispunt staan. De keuze voor soevereiniteit maken we niet uit angst voor technologie, maar vanuit de overtuiging dat we in Europa onze eigen koers moeten varen op basis van onze eigen publieke waarden:
Eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de kans erg klein is dat een buitenlandse overheid zal meekijken in jouw gegevens, of dat via een sanctielijst jouw diensten worden afgesloten. Maar wat er gebeurd is bij het Internationaal Strafhof (de Amerikaanse overheid legde sancties op tegen twee rechters) laat ook zien dat die kans niet nul is. Het terugpakken van de regie over je data is de enige manier om te bouwen aan een digitale toekomst waar iedereen vrolijk van wordt.
Wil jij meer weten over de impact van data soevereiniteit op jouw organisatie?
De afgelopen jaren is de afhankelijkheid van niet-Europese partijen tot een kritiek punt gegroeid. Vrijwel elke Nederlandse organisatie leunt tegenwoordig op een digitaal fundament dat bijna volledig in handen is van drie Amerikaanse giganten: Amazon Web Services (AWS), Microsoft Azure en Google Cloud Platform. Van de dagelijkse e-mail en CRM-systemen tot de opslag van gevoelige medische dossiers; de vitale infrastructuur is uitbesteed aan partijen van buiten de EU. Met de huidige geopolitieke spanningen is deze afhankelijkheid niet langer alleen een IT-vraagstuk, maar een reëel risico voor de continuïteit en integriteit van je organisatie.
De huidige situatie brengt twee fundamentele risico's met zich mee die de kern van je organisatie raken:
Wanneer je volledig leunt op buitenlandse infrastructuur, ligt de 'aan/uit-knop' van je organisatie feitelijk in handen van een andere mogendheid. Als internationale handelsbetrekkingen verschuiven of exportregels veranderen, kun je van het ene op het andere moment de toegang verliezen tot de applicaties en data die essentieel zijn voor je dagelijkse bedrijfsvoering. Dit risico wordt vergroot door een technische vendor lock-in. Amerikaanse giganten maken het extreem makkelijk om binnen te komen, maar technisch en financieel moeilijk om weg te gaan.
In de praktijk: We zagen dit scenario werkelijkheid worden bij de blokkade van Google-software voor Huawei (2019). Door een politiek besluit van de Amerikaanse overheid verloor een wereldspeler direct de toegang tot cruciale software-updates en diensten. Jouw organisatie kan op dezelfde manier stilvallen door besluitvorming aan de andere kant van de oceaan waar je geen enkele invloed op hebt.
Er bestaat een hardnekkig misverstand dat fysieke locatie gelijkstaat aan juridische controle. Omdat de Amerikaanse overheid via de CLOUD Act zeggenschap claimt over alle data bij Amerikaanse bedrijven, ongeacht of de server nu in de Eemshaven of in San Francisco staat, heb je als organisatie geen exclusieve zeggenschap meer. Je voldoet misschien aan de Nederlandse wet, maar een buitenlandse rechter kan buiten jou om toegang tot je gegevens afdwingen.
In de praktijk: De discussie rondom DigiD legt dit pijnlijk bloot. De plannen om onze nationale digitale identiteit onder te brengen in de cloud van Amerikaanse tech-giganten stuitte (terecht) op harde weerstand. Zelfs met de beste beveiliging en lokale opslag bleef de 'juridische achterdeur' openstaan voor de meest gevoelige data van miljoenen Nederlanders.
Bovendien zien we een trend waarbij grote cloudproviders steeds vaker “soevereine” oplossingen aanbieden, terwijl zij juridisch onder buitenlandse wetgeving blijven vallen. Dit noemen we sovereignty washing: het label soeverein gebruiken als marketingterm, zonder dat de daadwerkelijke juridische en operationele zeggenschap wordt overgedragen. De buitenkant suggereert controle, terwijl onder de motorkap de fundamentele afhankelijkheid blijft bestaan.
Voor échte soevereiniteit moeten we dus ingrijpende keuzes maken. Blijven we passagier, of investeren we nu in een eigen, soevereine infrastructuur die onze publieke waarden écht beschermt?
Om de discussie over datasoevereiniteit goed te voeren, moeten we kijken naar de juridische realiteit achter cloudgebruik. Twee Amerikaanse wetten spelen hierbij de hoofdrol: de CLOUD Act en FISA Section 702.
De Clarifying Lawful Overseas Use of Data (CLOUD) Act (2018) verankert de macht van Amerikaanse autoriteiten. De kern is simpel: de Amerikaanse overheid zegt tegen Amerikaanse bedrijven: "Het maakt ons niet uit waar ter wereld je de data van je klanten opslaat; als wij erom vragen, moet je het overhandigen."
Dit leidt tot een juridische spagaat, waarbij de cloudprovider moet voldoen aan twee wetten die lijnrecht tegenover elkaar staan:
Deze conflicterende wetgevingen plaatsen jou als klant van een Amerikaanse cloudprovider in een lastige situatie. Volgens de AVG blijf jij verantwoordelijk voor de privacy van je data, maar je hebt de controle overgedragen aan een leverancier die door zijn de Amerikaanse overheid gedwongen kan worden om die privacy te schenden.
Waar de CLOUD Act vooral gaat over het opvragen van specifieke gegevens (bijvoorbeeld voor een strafzaak), richt FISA Section 702 zich op nationale veiligheid. Deze wet geeft Amerikaanse inlichtingendiensten de bevoegdheid om communicatie van niet-Amerikanen buiten de Verenigde Staten te verzamelen, zonder individueel bevel per persoon.
Juist dit structurele karakter, en het ontbreken van gelijkwaardige rechtsbescherming voor Europeanen, vormt een groot probleem vanuit Europees perspectief. Omdat dit proces zich in de achtergrond afspeelt onder het label van nationale veiligheid, zul je waarschijnlijk nooit weten of jouw data is ingezien. Bovendien heb je als Europeaan geen enkele juridische mogelijkheid om je hiertegen te verzetten bij een Amerikaanse rechter. Je bent feitelijk rechteloos zodra je data onder deze wet valt.
Het Schrems II-arrest: Dit spanningsveld was de kern van het bekende Schrems II-arrest, waarin het Europese Hof van Justitie oordeelde dat Amerikaanse surveillancewetgeving onvoldoende waarborgen biedt. Niet omdat elke data-overdracht per definitie onrechtmatig is, maar omdat het onderliggende juridische kader simpelweg niet gelijkwaardig is aan de Europese bescherming.
Los van deze twee wetten is ook de invloed van eventuele sancties van belang. Dit was ook de aanleiding voor het International strafhof om van hun microsoft diensten afgesloten te worden. Dit risico is waarschijnlijk groter dan dat de data wordt ingezien via bovenstaande wetten.

is de meest eenvoudige laag. Het gaat puur om de geografische locatie: de fysieke plek waar de servers staan en waar de data op een harde schijf is geschreven. Veel organisaties denken dat ze met residency hun doel hebben bereikt ("onze data staat in de Eemshaven, dus we zitten goed").
Echter, zoals de CLOUD Act bewijst, is residency slechts een administratief detail als de eigenaar van die servers een Amerikaans bedrijf is. Residency vertelt je waar het huis staat, maar niet wie de sleutel van de voordeur heeft.
gaat een cruciale stap verder. Dit is het principe dat data onderworpen is aan de wetten en de rechtsmacht van het land waar de data wordt gegenereerd.
Het grote verschil met residency is de jurisdictie. Bij datasoevereiniteit garandeer je dat geen enkele buitenlandse overheid, via welke wet dan ook, aanspraak kan maken op jouw informatie. Je data heeft als het ware een Europees paspoort: het geniet de volledige bescherming van de EU-wetgeving, zonder dat een Amerikaanse rechter daar met een 'juridische achterdeur' bij kan. Voor T&T is dit de kernwaarde waar we voor vechten: dat jouw informatie alleen van jou blijft.
is de overkoepelende 'big picture'. Het gaat niet alleen over de data zelf, maar over de volledige onafhankelijkheid van je organisatie in de digitale wereld. Ben je vrij om je eigen keuzes te maken, of zit je gevangen in de infrastructuur van een handvol tech-giganten?
Het omvat het hele ecosysteem: de hardware, de software en de enterprise. Weten we zeker dat de chips en servers niet gemanipuleerd zijn? Gebruiken we open-source standaarden die we zelf kunnen controleren, of 'black-box' software waar we geen inzage in hebben? Hebben we de kennis in huis (of in Europa) om onze systemen te onderhouden, of zijn we voor elke update afhankelijk van een leverancier aan de andere kant van de oceaan?
Neem vrijblijvend contact met ons op!